Nederland heeft meer dan 71.000 openstaande vacatures in de zorg. Tegelijkertijd wachten honderden gekwalificeerde buitenlandse artsen op erkenning van hun diploma. In Duitsland werken buitenlandse artsen vaak al binnen 6 tot 12 maanden. In België wordt 71,81% van de aanvragen binnen één maand afgehandeld. Hoe is het mogelijk dat drie buurlanden zo fundamenteen anders omgaan met hetzelfde probleem?
In dit artikel vergelijken we de erkenningsprocedures in Nederland, Duitsland en België op twee punten: hoe lang duurt het en hoeveel artsen halen de eindstreep.
Nederland: een traject van gemiddeld 3 tot 5 jaar
Buitenlandse artsen met een diploma van buiten de EER moeten in Nederland de zogeheten beoordelingsprocedure doorlopen, uitgevoerd door de Commissie Buitenslands Gediplomeerden Volksgezondheid (CBGV). Deze procedure bestaat uit twee delen:
Deel 1: Een taalcertificaat Nederlands (en Engels) van een erkende taalschool, gevolgd door de BI-toets (Beroepsinhoudelijke toets), afgenomen door Radboud UMC Nijmegen. De AKV-toets (Algemene Kennis en Vaardigheden), die voorheen werd afgenomen door UMC Maastricht, is in 2024 afgeschaft.
Deel 2: Na het behalen van deel 1 volgt een stage van minimaal 3 maanden onder supervisie van een Nederlandse arts, waarna registratie in het BIG-register mogelijk is.
Klinkt overzichtelijk. De praktijk is anders.
Het dieptepunt: 22 maanden wachttijd
Begin 2026 bereikte de crisis haar hoogtepunt. De wachttijd voor de BI-toets was opgelopen tot 22 maanden — bijna twee jaar stilstand. Gedurende deze periode mocht de arts niet werken als arts, stond niet ingeschreven in het BIG-register, en kon problemen ondervinden met uitkeringsinstanties.
Dit dwong de overheid tot ingrijpen. Op 24 februari 2026 kondigde het CIBG een noodhervorming aan: per 1 maart 2026 werd de theoretische component (deeltoets klinische kennis) volledig uit de BI-toets geschrapt. De BI-toets toetst nu uitsluitend praktische klinische vaardigheden. Het doel: de wachtrij doorbreken.
Of deze hervorming de wachttijden daadwerkelijk verkort, moet nog blijken. Maar het feit dat de overheid de structuur van het examen moest wijzigen om een capaciteitsprobleem op te lossen, zegt veel over hoe diep het probleem zat.
De cijfers vertellen het verhaal
Tussen 2000 en 2004 — vóór de invoering van de beoordelingsprocedure — werden jaarlijks meer dan 100 buitenlandse artsen toegelaten tot de laatste fase van de medische opleiding. Na de invoering van de procedure in 2005 daalde dat naar gemiddeld 8 per jaar in de periode 2005–2010.
De situatie is sindsdien verbeterd, onder meer dankzij de Vereniging van Buitenslands Gediplomeerden in de Volksgezondheid (VBGA), die sinds 2015 voorlichting en voorbereiding biedt. Maar de bureaucratische obstakels bleven — tot het systeem zelf onder zijn eigen gewicht bezweek.
Duitsland: werken binnen 6 tot 12 maanden
In Duitsland is het proces fundamenteel anders opgezet. De erkenning verloopt via de Approbation (volledige erkenning) of de Berufserlaubnis (tijdelijke werkvergunning).
De Berufserlaubnis: snel aan het werk
Het cruciale verschil: buitenlandse artsen kunnen in Duitsland een Berufserlaubnis aanvragen — een tijdelijke werkvergunning waarmee zij tot twee jaar als arts mogen werken terwijl zij hun volledige erkenning (Approbation) afronden. Dit betekent dat artsen patiënten behandelen, ervaring opdoen en inkomen genereren — terwijl hun papieren nog in behandeling zijn.
De doorlooptijd verschilt sterk per deelstaat. In Thüringen of Saksen kan een Berufserlaubnis al binnen 6 maanden geregeld zijn. In Beieren of Noordrijn-Westfalen, waar de vraag het grootst is, kan het oplopen tot 12 tot 14 maanden.
Kenntnisprüfung vs. Gleichwertigkeitsprüfung
Voor de volledige Approbation zijn er twee routes:
- Gleichwertigkeitsprüfung — als het diploma als gelijkwaardig wordt beoordeeld, is geen aanvullend examen nodig.
- Kenntnisprüfung — een kennisexamen, maar met één groot verschil ten opzichte van Nederland: de arts werkt al in de tussentijd.
In 2026 werkt de Duitse overheid aan wetgeving om de papieren beoordeling (Gleichwertigkeitsprüfung) te vereenvoudigen en artsen sneller direct toe te laten tot het examen (Kenntnisprüfung) — een stap om de bureaucratie verder te verminderen.
De cijfers
Volgens de meest recente cijfers van het Bundesärztekammer en Destatis (februari 2026) zijn er inmiddels 121.000 artsen met een buitenlands diploma werkzaam in Duitsland — waarvan 64.000 zonder Duits paspoort, goed voor 13% van alle praktiserende artsen. Een historisch record. Ter vergelijking: in Nederland ligt dat percentage op slechts 2 à 3%.
Dit is geen toeval. Het is het resultaat van een systeem dat buitenlandse artsen niet alleen toetst, maar ook laat werken tijdens het toetsingsproces.
België: verrassend snel, verrassend onbekend
België is het best bewaarde geheim in deze vergelijking. Terwijl Nederland worstelt met wachttijden van jaren en Duitsland het volume opschroeft, pakt België het pragmatisch aan — en de cijfers zijn opvallend.
De feiten uit het Vlaams Parlement
In april 2026 presenteerde minister van Volksgezondheid Caroline Gennez een officieel rapport aan het Vlaams Parlement: 71,81% van alle aanvragen voor erkenning van buitenlandse zorgdiploma's wordt binnen één maand afgehandeld.
Een belangrijke nuance: deze snelheid geldt vooral voor het automatische erkenningstraject (EU-diploma's) en voor artsen die al een academische gelijkwaardigheid via NARIC hebben verkregen. Voor artsen van buiten de EER duurt de procedure bij het Departement Zorg wettelijk maximaal 4 maanden na indiening van het volledige dossier — wat nog steeds aanzienlijk sneller is dan Nederland.
Hoe het werkt
Het Belgische systeem kent een duidelijke taakverdeling. De primaire erkenning en het visum om te praktiseren worden afgegeven door het FOD Volksgezondheid (federaal niveau). Het RIZIV komt pas later in beeld en verstrekt de code voor verzekeringsuitkeringen. Er is geen equivalent van de Nederlandse 22 maanden wachttijd — het systeem is eenvoudiger ontworpen, met minder tussenstappen.
De vergelijking in één oogopslag
| Nederland 🇳🇱 | Duitsland 🇩🇪 | België 🇧🇪 | |
|---|---|---|---|
| Gemiddelde doorlooptijd | 3–5 jaar | 1–2 jaar | 1,5–3 jaar (incl. NARIC) |
| Werken tijdens procedure | Niet als arts (wel als assistent) | Ja, direct via Berufserlaubnis | Beperkt (na eerste beoordeling) |
| Wachttijd examens | Was 22 mnd (hervorming per 01.03.2026) | 4–12 maanden (per deelstaat) | Meestal < 4 maanden |
| Aandeel buitenlandse artsen | < 2–3% | 13% (121.000 met buitenlands diploma) | ± 4–5% |
Wat Nederland kan leren
Het Duitse model laat zien dat werken tijdens de procedure niet alleen mogelijk is, maar ook beter werkt. Artsen die al in de praktijk staan behouden hun klinische vaardigheden, leren de taal sneller door dagelijks contact met patiënten en collega's, hebben een inkomen, en bouwen een professioneel netwerk op.
België toont aan dat snelheid en kwaliteit niet tegenover elkaar hoeven te staan. Een behandeltermijn van vier maanden is geen concessie aan de standaard — het is bewijs dat het proces efficiënter kan.
In Nederland is werken als assistent in een zorginstelling wél mogelijk — en dit is precies wat wij bij Mentora Medic adviseren. Het is geen verloren tijd. Het is een investering in jezelf: je verdient, je leert het systeem kennen, je verbetert je Nederlands, en je bent klaar wanneer de BIG-registratie rondkomt.
Nu de BI-toets per maart 2026 is hervormd en de theoretische component is geschrapt, zijn de kansen groter dan ooit. De wachtrij wordt korter, maar de voorbereiding blijft cruciaal — juist omdat het examen nu volledig op praktische vaardigheden is gericht. Wie al als assistent in een zorginstelling werkt, oefent elke dag precies dát wat het examen toetst.
Maar het fundamentele probleem blijft: waarom moet een arts in Nederland 3 tot 5 jaar wachten op erkenning, terwijl diezelfde arts in Duitsland binnen een jaar aan het werk kan?
Conclusie
De Nederlandse beoordelingsprocedure is niet ontworpen om buitenlandse artsen te verwelkomen. Ze is ontworpen om ze te toetsen — och de capaciteit van die toetsing hield twintig jaar lang geen gelijke tred met de vraag. De noodhervorming van maart 2026 is een stap in de goede richting, maar het is een noodmaatregel — geen structurele oplossing.
Duitsland en België laten zien dat het anders kan. Niet door de standaarden te verlagen, maar door het proces slimmer en sneller in te richten.
Dit artikel is geschreven door Mentora Medic — wij begeleiden internationale artsen en tandartsen bij hun BIG-registratie in Nederland. Heeft u vragen over uw traject? Neem contact met ons op.
Door Mentora Medic | 2026
Bronnen
- Herfs, P.G.P. (2013). The assessment procedure for foreign physicians: a review after 7 years. ERCOMER, Universiteit Utrecht.
- Chernova, V., Herfs, P.G.P. (2025). Wachttijden voor het Vakbekwaamheidsexamen voor artsen met een buitenlands diploma. Asiel- en Migrantenrecht, 26(5/6), 309–312.
- Veltman, P., Both, J. (2010). Gevluchte arts botst op procedures. Medisch Contact, 66, 432–434.
- Bundesärztekammer (2025). Ärztestatistik 2024.
- Deutsches Ärzteblatt (24 februari 2026). Anteil ausländischer Ärzte erhöht sich weiter.
- CIBG/BIG-register (24 februari 2026). BI-toets artsen — wijziging per 1 maart 2026.
- Artsenkrant (21 april 2026). Gennez: 70% buitenlandse diploma's wordt binnen een maand erkend.
- Departement Zorg, Vlaamse overheid. Uw erkenning aanvragen op basis van een diploma van buiten de EER.